Inloggen
Zoeken




Gemeentelijk Onderwijsdebat

Bericht geplaatst op: 22-3-2018



De Stichting van het Onderwijs heeft het Gemeentelijk Onderwijsdebat georganiseerd samen met de Roermondse Synergieschool (regulier en speciaal basisonderwijs) en Lyceum Schöndeln (havo, atheneum, gymnasium), waar het debat wordt gehouden. Het publiek bestaat vooral uit vierdejaars leerlingen maatschappijleer en basisschoolleerlingen. Deze jongste leerlingen zitten op de eerste rij met grote emoji’s, zodat ze kunnen aangeven of ze het eens zijn met de (aspirant-)gemeenteraadsleden, of dat ze hen totaal niet begrijpen. Rob Hommen (hoofdbestuurder AOb en docent Schöndeln) leidt het debat in goede banen.
Tijdens het debat presenteren negen lokale politici hun plannen voor het Roermondse onderwijs in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen op 21 maart 2018. Want ondanks het feit dat onderwijsbeleid een landelijke taak is en scholen autonoom zijn in de uitvoering ervan, heeft de gemeente een groeiende invloed op de kansen van kinderen en jongeren. Denk aan jeugdzorg, voor- en vroegschoolse educatie (vve), achterstandenbeleid en het voorkomen van schooluitval.

Waar scholen elders in het land oplossingen bedenken voor een groeiend lerarentekort, hebben de Roermondse vo-scholen nu juist te maken met een lerarenoverschot. Dat komt door de leerlingenkrimp. Bij de Stichting Onderwijs Midden-Limburg (SOML), waar Lyceum Schöndeln bij hoort, zijn komend schooljaar 30 fulltime docenten te veel. Contracten opzeggen houdt in dat de flexibele schil voor bijvoorbeeld invallen bij ziekte verdwijnt en bovendien heeft dit schoolbestuur dan over drie, vier jaar weer docenten te kort. Vandaar dat SOML de mogelijkheid onderzoekt om medewerkers tijdelijk te detacheren naar scholen met een lerarentekort in bijvoorbeeld Utrecht.

“Zorg voor voldoende leraren die je de aandacht geven die je nodig hebt. Die lol in hun werk hebben zodat er meer tijd is voor jullie, leerlingen.” Liesbeth Verheggen (vicevoorzitter Stichting van het Onderwijs en voorzitter AOb) schetst het ideaalbeeld bij de aftrap van het Gemeentelijk Onderwijsdebat. “Hoe houden we docenten binnenboord en kunnen we met het voortgezet onderwijs en mbo in krimpgebieden afspreken dat opleidingen blijven bestaan? Zodat leerlingen het vak kunnen leren waar ze het beste in willen worden.” Schöndeln-leerling Koen van Dooren stelt daarbij dat Roermond de groep jonge, startende leraren in de steek heeft gelaten, waardoor ze ander werk hebben gezocht of in een andere regio zijn gaan werken. Hij vraagt de politici wat ze daar aan gaan doen.

Gerard Nizet (SP) is een voorstander van kleinschaligheid en oppert dat je met meer docenten klassen kunt verkleinen en meer aandacht aan de leerlingen kunt geven. Haydar Gündogmus (PvdA) zou graag nu al met onderwijsbesturen praten over waarom docenten wegtrekken. “De gemeente kan partijen bij elkaar brengen en zorgen voor een goed woon- en werkklimaat om mensen te behouden. En docenten die in het voortgezet onderwijs niet meer aan de slag kunnen, kunnen misschien in het primair onderwijs werken.”
In tegenstelling tot het Roermondse lerarenoverschot in het vo, heeft het po wèl te maken met het lerarentekort. Tijdens de griepgolf hebben de basisschoolleerlingen Lisa en Isa ervaren hoe een noodoplossing voor het lerarentekort in het po kan werken. “We moesten naar de peuters. Sorry hoor, maar dan hadden we beter thuis kunnen blijven.”

Het tweede thema is: gelijke kansen en onderwijs aan kwetsbare groepen. Hetty Belgers, directeur van de Synergieschool weet als geen ander hoe je kansen biedt aan kwetsbare groepen. “Alle kinderen zijn bij ons gelijk, ze leren met en van elkaar. De gemeente zou trots moeten zijn op innovatieve scholen die onderwijs en zorg verbinden. Bij ons is iedereen speciaal. Je ziet bij ons niet of een kind regulier of speciaal basisonderwijs volgt.”
Onderwijswethouder Ferdinand Pleyte (D66) spreekt zijn waardering uit voor deze en andere bijzondere schoolinitiatieven in Roermond, zoals ook Agora en het KEC, het Kennis- en ExpertiseCentrum dat speciaal onderwijs en zorg regelt onder één dak. “Het onderwijs is vrij zelfstandig; we kunnen scholen nergens toe dwingen als gemeente. Het is wel belangrijk om in gesprek te blijven met goede argumenten. We willen zorgen dat kinderen hun talenten ontdekken, weten waar hun passie ligt en dat ze weerbaar zijn.”
“Hoe dan, zonder moeilijke woorden”, willen de basisschoolleerlingen weten. “Ook na schooltijd kun je zelf iets doen”, weet Aijiththan Loganathan (LVR). “Ik heb bijvoorbeeld vrijwillig een groepje leerlingen van groep 7 en 8 na school begeleid: waar ben je goed in, wat kan beter? Na een jaar hadden ze een hoger schooladvies dan aan het begin van dat schooljaar.”
Iedereen kan vanuit zijn achtergrond anderen helpen. “Dan heb je ook geen witte of zwarte scholen”, reageert Haydar Gündogmus (PvdA) als een leerling vraagt of deze hier zijn. “Verschrikkelijke termen. Scholen horen voor iedereen toegankelijk te zijn.”

Het is de uitdaging om onderwijs beter samen te laten werken met zorg en opvang, stelt Rinda den Besten (Stichting van het Onderwijs en voorzitter PO-Raad). “Met een voorschoolse voorziening voor alle kinderen tot vier jaar kunnen ze veel meer samen leren. Zo krijgen ze écht gelijke kansen in het po en zullen ze meer samenwerken.”
Angely Waajen (CDA) begrijpt dat. “In een integraal kindcentrum kun je kinderen zo vroeg mogelijk helpen. Zo’n centrum is superbelangrijk en gelukkig gebeurt er al veel om kinderen te ondersteunen als er geen geld is in een gezin, op gebied van sport en cultuur.”
“Je kunt niet vroeg genoeg starten als je kinderen gelukkig en gezond wilt laten opgroeien”, vult Mijntje van Beers (GroenLinks) aan. “In goede, veilige, duurzame schoolgebouwen. Het is goed dat we dat allemaal willen en dat afstemmen met ouders, docenten en zorginstanties. “Leg dan ook de te verwachten resultaten vast. Want hoe weet je nu dat een kind zich goed ontwikkelt en het leren goed gaat?”, zegt Frans Schreurs (Demokraten Swalmen).
Aansluiten bij bedrijven Het laatste thema is de aansluiting van onderwijs op de arbeidsmarkt. Dat een kwart van de beroepen over tien jaar niet meer bestaat, vergt veel van ons onderwijs, weet SOML-bestuurder Paul Slegers. “De regio vraagt om ontwikkelde, zelfstandige werknemers, dus we willen breed blijven opleiden om onderwijs beter af te stemmen op vervolgstudie of werk. De school is een ontmoetingsplaats waar je je breed kunt ontwikkelen en levensecht leert in verbinding met anderen. En als we het beste onderwijs van Nederland willen, moeten de gebouwen dat versterken door dat te faciliteren.”
Schöndeln-leerling Thijs Heitzer ziet werkgelegenheid in Roermond vooral in de detailhandel en recreatie. Cor Bosman (Partij voor Leefbaarheid en Democratie) wijst erop dat “je tegenwoordig vijf, zes functies hebt terwijl je vroeger veertig jaar hetzelfde werk deed en dat was het dan. Leren is dus ook anders, het is investeren in je eigen toekomst. En onderwijs is een goede basis voor de rest van je leven.” Hij pleit daarom voor de komst van hbo-opleidingen in Roermond, die ervoor kunnen zorgen dat studenten in de regio stage lopen en er blijven werken.
Een fabeltje, volgens Frans Schreurs (Demokraten Swalmen). “De hogescholen in Sittard, Venlo en Eindhoven zijn goed bereikbaar vanuit Roermond. Op iedere plek is werk.” Dat beaamt ook Karin Straus (VVD): “in alle wijken moeten keigoede scholen staan, om alle kinderen de kans te geven goed onderwijs te volgen.” Maar een hogeschool in Roermond is niet nodig. Waar het om gaat is dat we mensen verleiden om uiteindelijk weer naar Roermond terug te keren. Zij ging in haar jeugd naar het Lyceum Schöndeln en kwam na jaren Randstad terug naar deze regio.
Wethouder Pleyte vindt het heel normaal dat jongeren uitvliegen. “Jullie toekomst is de wereld. Ga rondreizen, doe kennis op en kom dan terug om je leven op te bouwen.”
Alle betrokkenen aangesloten houden
De ambities van de politieke partijen klinken eensgezind. “Dat klinkt hoopvol”, besluiten de vier inleiders. De gemeente is een belangrijke speler, die iedereen met een hart voor onderwijs keihard nodig heeft.
“We onthouden dit en komen er op terug”, zeggen basisschoolleerlingen Lisa en Isa. “En letten er ook op of jullie het waarmaken.”
Wat beloven de politici voor het Roermondse onderwijs? Aan het eind van het debat zetten de politici zwart op wit hoe zij zich gaan inspannen voor goed onderwijs en gelijke kansen voor leerlingen in Roermond.

Dit beloven ze, de komende vier jaar:
CDA: samenwerking tussen scholen stimuleren/regisseren: complete stad met wonen leren, werken, cultuur en sport, shoppen en een integraal kindcentrum op meer scholen. Onderwijs en zorg verbinden, laten samenwerken, elk talent stimuleren.
D66: het gaat om talent, passie en weerbaarheid. Met elkaar werken aan het beste onderwijs van Nederland.
Demokraten Swalmen: samen met onderwijs en bedrijfsleven zorgen dat kinderen een goede start op de arbeidsmarkt kunnen maken.
GroenLinks: goede, veilige gebouwen, luisteren; snel hulp als het niet goed gaat; kansen voor alle kinderen en jongeren om fijn en gezond op te groeien; een groene omgeving.
Liberale Volkspartij Roermond: meer ondersteuning voor kwetsbare jeugd en jongeren; hulp bij studiekeuze.
Partij voor Leefbaarheid en Democratie: ambitie hbo-opleiding waarmaken door inspanning.
PvdA: kwaliteit van het onderwijs behouden door het gesprek tussen gemeente en de onderwijsstichtingen aan te gaan. Er zijn altijd genoeg docenten.
SP: samenwerken met scholen; kleine scholen voor iedere beurs; goede huisvesting; meer en betere docenten en ze hier houden.
VVD: Roermond de mooiste, beste stad om te wonen, te werken en naar school te gaan



Terug





Copyright Lyceum Schöndeln